Teuten waren rondreizende handelaars, die het dorp verlieten omdat de schrale Kempense grond hen dwong een ander inkomen te zoeken. Ongeveer 9 maanden per jaar trokken zij doorheen Noord- en West- Europa om hun waren te verkopen of hun diensten aan te bieden. In 1845 telde Eksel 35 en Hechtel 7 teuten, vooral koperteuten, textielteuten en dierensnijders of lubbers. Hun huizen waren overwegend langgevelhoeven. Pas later drongen stedelijke architectuurinvloeden het teutenhuis binnen. De typisch burgerlijke woningbouw uit de 19de eeuw vormde soms een schril contrast met de Kempense hoeven van de overige dorpsbewoners.
De bekendste teutenhuizen in de deelgemeente Eksel zijn: